Tijdschrift voor landschapsonderzoek

2026-1 Column

In het veld – Rewilding Rodopen

Vanmorgen vertrok ik met de auto uit Roemenië naar Zuid-Bulgarije. Nu is het tien uur later, ‘Madzharovo’ zag ik net in Cyrillisch schrift op een bordje staan aan het begin van deze smalle, bochtige donkere bosweg. Al twintig minuten heb ik geen teken van leven meer gezien. Eindelijk verschijnen er een paar donkere gebouwen: ik ben gearriveerd!

Grauwe flats, hier en daar een straatlamp. In een van de kale sovjet-achtige appartementen zitten twee studentes uit Nederland. Een daarvan is mijn dochter die hier stage loopt.

Bij daglicht blijken we in een lieflijke vallei te zitten. We steken de rivier de Arda over. Op de rotsen langs het water zien we een waterspreeuw. Hoge rotskammen aan beide zijden, graslanden en zandbanken langs de rivier. Er komen indrukwekkend veel roof­vogels voor in het Vogelrichtlijngebied Madzharovo: wouwen, arenden en allerlei valken. Meerdere gieren cirkelen boven ons: hier komen de aasgier, vale gier en monniks­gier voor.

Sinds de vorige eeuw trekken de mensen weg uit de Rodopen. Boerderijen zijn vervallen en begrazing neemt af, waardoor het gebied meer en meer bebost raakt. Door het dichte bos verdwijnen op de lange termijn veel soorten. Door de afname van vee zal ook de gierenstand achteruitgaan. Daarom is stichting Ark hier in 2011 het rewilding-project ‘New Thracian gold’ gestart, gefinancierd door de Postcodeloterij. Rewilding en ecotoerisme moeten verdere leeg­loop van de Rodopen tegengaan.

De volgende dag rijden we over een onverhard pad de heuvels in. Mijn dochter doet veldwerk vanuit een caravan aan het einde van de vallei. Ze woont er met een hond als gezelschap. Sinds een paar weken lopen hier Konikpaarden uit Nederland die door stichting Ark zijn geïntroduceerd. Eerst nog in een klein gebiedje van tientallen hectaren, afgegrensd met draad, zodat ze kunnen wennen. Er hangen enkele wildcamera’s en ze worden geobserveerd om te zien wat ze vreten en hoe ze zich gedragen in een gebied waar ook wolven voorkomen.

Tijdens een lange wandeling door de vallei zien we een vervallen boerderij, het geraamte van het dak zichtbaar. Iets verderop, totaal overgroeid door bomen, is een oude al tien­tallen jaren geleden verlaten moskee. Was dat door schermutselingen, of een vorige oorlog? Grafstenen staan scheef gezakt, met Arabisch opschrift. Cyclamen en herfsttijloos bloeien in het bos en we zien een prachtige oranjebruine zadelsprinkhaan, Syrische specht en vuursalamander.

’s Avonds komt de stagebegeleider Hristo langs, met vrouw en zonen, en veel vlees voor de BBQ. De schaslik wordt met paprika’s boven het kampvuur geroosterd. De onvermijdelijke rakija komt tevoorschijn. De verhalen worden steeds sterker naarmate de avond vordert. Een koeterwaals van half Engels, half Bulgaars. Als de familie weer in de Lada klimt en vertrekt zijn we vrienden voor het leven geworden. In de kleine caravan moet ik met opgetrokken benen slapen, maar met de rakija is dat niet moeilijk. De volgende dag rijd ik brak, maar vrolijk, weer terug naar Roemenië.

THEO VAN DER SLUIS