Tijdschrift voor landschapsonderzoek

2026-1 Forum

Het einde van natuur 2.0

In 1989 publiceerde de Amerikaanse schrijver Bill McKibben zijn boek ‘The end of nature’. Als één van de eerste boeken over klimaatverandering voor een breed publiek maakte het wereldwijd een diepe indruk. McKibben betoogde dat klimaatverandering het einde betekende van natuur als een kracht die onafhankelijk was van de mens. “Als de golven op de kust slaan en duinen en huizen wegspoelen, dan is dat niet langer de ontzagwekkende kracht van Moeder Natuur. Het is de ontzagwekkende kracht van Moeder Natuur zoals die is veranderd door de ontzagwekkende kracht van de mens.”

McKibben ging niet bij de pakken neerzitten. Hij is één van de oprichters van 350.org, een organisatie die nog altijd vooroploopt in acties tegen fossiele brandstoffen. Al was natuur niet langer een onafhankelijke kracht, door veranderingen in onze leefstijl en het productiesysteem kunnen we onze impact op natuur verminderen en natuurlijke processen ruimte geven om terug te veren.

Inmiddels doet zich rond klimaatverandering een ontwikkeling voor die het verhaal van McKibben doet verbleken. Op ruime schaal wordt geëxperimenteerd met techno­lo­gieën die de instraling van de zon moeten verminderen door reflecterende materialen rond de aarde te brengen: solar geo-engineering, ook wel solar radiation management (SRM) genaamd.

Verscheidene combi’s van wetenschappers en investeerders zien kansen in deze vorm van SRM. Zo was het Amerikaans-Israëlische bedrijf Stardust onlangs in het nieuws omdat het 60 miljoen dollar had binnengehaald om dit soort technologie verder te ontwikkelen.

Het gaat hier om de overtreffende trap van ‘The end of nature’. Bij toepassing van SRM is het voortbestaan van natuur zoals wij die kennen niet langer een kwestie van het terugbrengen en aanpassen van menselijke invloed om die weer in balans te brengen met de veerkracht van natuur. Bij SRM betekent het falen van de technologische controle – het voortdurend in de atmosfeer brengen van nieuwe voorraden reflecterende deeltjes – een ecologische en humanitaire ramp, omdat de verhitting van de aarde dan met een ongekende versnelling doorzet. Dit proces is te vergelijken met een kerncentrale van het type Tsjernobyl of Fukushima: als het koelsysteem faalt, volgt een meltdown omdat de reactorkern autonoom steeds heter wordt. En nu gaat het niet om een reactorkern, maar om onze planeet.

Er is protest tegen deze ontwikkeling en er zijn pleidooien voor een moratorium op SRM. Maar die komen tot nu toe vooral van verontruste wetenschappers (zie www.solargeoeng.org) en van landen in het globale Zuiden, die bij beslissingen over toepassing zonder twijfel weinig te zeggen en veel te lijden zullen hebben. Waar nieuwe technologie voor veel geld wordt ontwikkeld, wordt zij doorgaans ook toegepast. En waar zij wordt toegepast gaat het doorgaans ook een keer mis. Gezien de reële bedreiging van deze ontwikkeling voor natuur en mens lijkt het hoog tijd dat ook natuurorganisaties in het Noorden krachtig hun stem voor een moratorium laten horen.

KRIS VAN KOPPEN