Natuurschoon als verbindend begrip

Lange tijd was het gebruikelijk om dat wat wij als natuurliefhebbers proberen te beschermen aan te duiden als ‘natuurschoon’. De eerste inventarisatie van waardevolle Nederlandse natuurgebieden, uitgebracht in 1939 en gebaseerd op een lijst van Jac. P. Thijsse, heette dan ook ‘Het Voornaamste Natuurschoon in Nederland’. Daarna is de term uit de gratie geraakt. Hij heeft plaatsgemaakt voor ‘ecologische waarden’ en vervolgens ‘biodiversiteit’. Deze column is een pleidooi voor eerherstel, omdat natuurschoon bij uitstek het begrip is dat de verschillende motieven van natuurbescherming kan verbinden.

Om te beginnen verbindt natuurschoon dieren, planten en landschap. In onze beleving van natuur, bijvoorbeeld tijdens een wandeltocht, zijn die voortdurend samen aanwezig, in een spel van voorgrond en achtergrond, individu en groter geheel, spontane beweging en blijvend beeld.
Juist dit samenspel maakt natuurbeleving zo rijk. Natuurschoon is daarvoor een geschikte noemer.

Natuurschoon verbindt ook biologische en cultuurhistorische waarden. Dat heeft alles te maken met de leesbaarheid van het landschap. Zoals soortenkennis diepgang geeft aan onze beleving van dieren en planten, zo maakt cultuurhistorische kennis onze verbondenheid met natuur in de tijd zichtbaar. Beide vormen van diepgang dragen bij aan de schoonheid van natuur.

Hoe zit dat met ethische waarden van natuur? Dat is een meer complexe vraag. Maar als we schoonheid opvatten in haar diepere betekenis – zoals de filosoof Kant dat doet – dan denk ik dat natuurschoon ook een brug slaat naar ethische waarden van natuur. Schoonheid is dan iets waarvan we belangeloos genieten, zonder bijgedachten of concrete voordelen. In actuele termen: het maakt natuur waardevol ongeacht de specifieke voordelen die we kunnen ontlenen aan ecosysteemdiensten.

En verder verbindt natuurschoon biologen met alle andere natuurliefhebbers – natuuronderzoekers met natuurbezoekers. Laat er geen misverstand over bestaan: natuuronderzoekers worden meestal nog sterker gedreven door het genieten van natuurschoon dan andere natuurliefhebbers. Voor wie dat wil zien, staat schoonheid – impliciet of expliciet – met hoofdletters geschreven boven elke natuurdocumentaire en elk veldbiologisch verslag.

En biodiversiteit dan? Dat is wellicht een handige paraplu-term, een wetenschappelijke grootste gemene deler. Maar natuurbeschermingsactiviteiten zijn vrijwel nooit gericht op biodiversiteit als zodanig; ze zijn gericht op specifieke vormen van biodiversiteit – meestal de vormen die we het mooiste vinden. Strikt wetenschappelijk gezien is biodiversiteit een combinatie van getallen; een index. Een index kun je niet liefhebben. Schoonheid wel.

KRIS VAN KOPPEN

Reacties op deze column zijn welkom op
kris.vankoppen@wur.nl

Voor een pdf van deze column klik hier