IN HET VELD – De Manychki kalksteppen

Met een oude Lada Niva, veldmateriaal en de nodige kampeeruitrusting zijn we uit Lugansk vertrokken. De Russische grens kost wat tijd, en aan de andere kant staan de biologen uit Rostov on Don al te wachten met een luxe Lexus terreinauto. We doen veldwerk, een ‘expeditie’ zoals het
daar heet, met de Russische en Oekraïense biologen, naar kalksteppen in de grensregio. Steppen worden gekenmerkt door een heet en droog klimaat. Kalksteppen zijn kleurig en heel soortenrijk, maar ook sterk bedreigd.

Alweer twaalf jaar geleden werkte ik als expert bij het ‘Eurasian steppe project’ aan het beheer en herstel van steppen in Moldavië, Oekraïne en Rusland. Elke maand was ik in Kiev, vanwaar ik een of twee weken tussen Rostov, Odessa of Chisinau reisde om lokale teams te ondersteunen.
Tijdens deze expeditie bestaat mijn bijdrage vooral uit het karteren van het netwerk van kalksteppen en het inventariseren van reptielen en amfibieën. En uit de 100 ‘live-traps’ die ik meebreng, muizenvallen van Alterra, al heeft dat nogal wat voeten in de aarde bij de douane op het vliegveld. Elke avond zetten we langs een transect vallen uit die de volgende ochtend worden geleegd. De oogst gedurende een week is met 20 muizen mager. Wel vangen we een blindmuis (spalax), een agressief beestje dat moeiteloos een potlood in tweeën bijt. We doen ook veel vogelwaarnemingen, soorten als de wielewaal, bijeneter, scharrelaar, pelikaan, hop, jufferkraan, dwergarend et cetera. Communiceren gaat vaak moeizaam, slechts één bioloog spreekt beperkt Engels. Mijn Russisch is weinig beter, al leer je snel bij in zo’n week. De laatste kampeerplek is in
een rivierdal aan de voet van kalkhellingen. Na een dag werk in de brandende zon wordt ’s avonds brood gebakken op het kampvuur. Ons bad is een duik in de rivier. Die nacht krijgen we een noodweer over ons heen. De Oekraïense trots is groot als de zware Lexus vastdraait in de modder langs de rivier, terwijl de oude en veel lichtere Lada Niva door alle diepe sporen heenschiet.

De terugreis is memorabel. Op een onderzoeksstation is een jonge wolf van een paar maanden oud uit een hol gehaald nadat jagers de moeder hadden gedood. Die gaat mee naar de boerderij van een van de biologen, samen met een dobbelsteenslang. Stuiterend in een volgepakte Niva, de lucht bezwangerd met wolf, formaldehyde en andere niet te benoemen geuren, met op de imperiaal kratten met muizenvallen, arriveren we weer bij de Oekraïense grens. De grens is abrupt, en vooral een lijn op de kaart. De kalksteppen in Oekraïne vormen echter één geheel met de steppen in de beekdalen in Rusland en zijn de poort naar de immense ‘euraziatische vlakte’, direct buiten ons dichtbevolkte Europa.

THEO VAN DER SLUIS

Voor een pdf van deze column klik hier