Katteklei in de bodem leidt tot vegetaties van Oeverkruid-klasse in boerensloten

José van Diggelen, Yvon Verstijnen, Jan Roelofs & Fons Smolders

katteklei, pyriet, zwakgebufferde vegetaties, Oeverkruid-klasse, Littorelletea

In de Groene Waterparel, gelegen in de Zuidplaspolder (Zuid-Holland), doet zich een bijzonder fenomeen voor. Terwijl de gemiddelde ‘boerensloot’ wordt gekenmerkt door voedselrijk en gebufferd water, zijn hier boerensloten waarin plantensoorten uit de Oeverkruid-klasse (Littorelletea) dominant aanwezig zijn; soorten die kenmerkend zijn voor voedselarm en zuur tot zwak gebufferd water. Het geheim is de aanwezigheid van katteklei in de bodems. Door biogeochemische bodemprocessen en een gunstige hydrologie ontstaan in bepaalde sloten de juiste condities voor deze soorten. Nederland heeft slechts een relatief klein oppervlak aan gemeenschappen en soorten van de Oeverkruid-klasse, maar vanwege de centrale ligging een grote internationale verantwoordelijkheid voor de instandhouding. De kennis uit dit veldonderzoek biedt perspectieven voor behoud en ontwikkeling van deze vegetaties in polders met katteklei, zowel in Nederland als daarbuiten.

A unique phenomenon in ‘de Groene Waterparel’.

The presence of cat clay leads to Littoreletea vegetation in farm ditches

Cat-clay, pyrite, Littorelletea, soft water vegetation

A special phenomenon occurs in the Groene Waterparel, located in the Zuidplaspolder (the Netherlands). While most Dutch polder systems are known for nutrient-rich and buffered water, Littorelletea species, characteristic for nutrient-poor and acidic to weakly buffered water, have been found in ditches of this area since the 1970’s. This is all due to the presence of acid sulphate soils (cat clay), which leads to high concentrations of acid (protons), iron and sulphate in shallow groundwater when oxidised. Combined with sufficient leaching of acidic and iron-rich groundwater towards the ditches during wet periods, this creates a surface water quality in ditches for the Littorelletea species to occur. The low P availability, due to the influx of iron-rich groundwater, and a low pH during spring give the Littorelletea species a competitive advantage over more general species known for nutrient-rich conditions.
However, the duration of acidic conditions in the ditches varies between ditches, due to differences in hydrology. In turn, this affects the vegetation composition of the ditches. Littorelletea species are particularly found in ditches that remain acidic for at least two months. As the sediments in these polder ditches are buffered all year round, the surface water only remains acidic as long as there is a suff icient inf lux of acidic groundwater. Therefore, the underlying biochemical processes are sensitive to changes in local hydrology (both the amount of groundwater discharge and that of external water inlet during dry periods). Results from this research offer new perspectives for the conservation and development of these vegetations in the Groene Waterparel and possibly in other polders with cat clay, both in the Netherlands and abroad.