Reflectieve landschapspraktijk

Dirk Sijmons, voormalig Rijksadviseur voor het landschap, gaf dit academisch jaar een serie van zeven inspirerende colleges over landschap. Sijmons heeft een lange staat van dienst op het gebied van natuur en landschap en houdt zich al jaren intensief bezig met de energietransitie (zie Op Pad met Dirk Sijmons in LANDSCHAP 2019-4). In de colleges, georganiseerd door Architectuur Lokaal, kwamen zeven verschillende thema’s aan bod; steeds met een introductie van Sijmons, waarna twee experts hun verhaal hielden. De belangstelling was groot. En hoewel de serie vooral door landschapsarchitecten gevolgd werd, zijn de lessen net zo relevant en interessant voor landschapsonderzoekers en andere betrokkenen.

Het slotcollege, vanwege Corona via YouTube, had de titel ‘Het landschap van het Antropoceen’ – het is jammer genoeg niet meer terug te kijken. Sijmons presenteerde in dit college vier visies op het landschap en vier mogelijke rollen voor landschapsarchitecten. De eerste visie hoort bij mensen die ontkennen dat er problemen zijn. Zij vinden de mens machteloos en de aarde passief. In de tweede visie is de aarde ook passief, maar heeft de mens macht. Deze visie hoort bij de ecomodernisten die denken de problemen met vooral technische middelen te kunnen oplossen. In de derde visie getuigen de posthumanisten van een ontologisch pluralisme: de rol van de mens is bescheiden, de aarde is machtig. We zijn allemaal broeders, ook de dieren. De vierde visie is die van het antropocentrisme 2.0, gedragen door mensen die denken dat het ergste vermeden kan worden. Mens en aarde hebben allebei macht. Elke visie heeft volgens Sijmons zijn sterke en zwakke punten. Zijn eigen voorkeur gaat uit naar het antropocentrisme 2.0.

Voor wie betrokken is bij het landschap zijn deze visies wel min of meer bekend. De vraag is wat je er mee kunt. Sijmons ziet vier mogelijke rollen voor landschapsarchitecten: architect, activist, onderzoeker en kunstenaar. Een landschapsarchitect kan meer dan alleen opdrachten uitvoeren. De landschapsactivist kan nieuwe perspectieven openen en de maatschappij mobiliseren. De landschapsonderzoeker pakt problemen op waarvoor hij geen opdracht heeft, bijvoorbeeld met ontwerpend onderzoek. De rol van de landschapskunstenaar moge duidelijk zijn. Sijmons illustreerde al deze visies en rollen met tal van voorbeelden. In het Antropoceen kan elke visie met elke rol gecombineerd voorkomen, denkt hij. In het veld van het landschapsonderzoek en -ontwerp is zo een diversiteit aan posities mogelijk. Dit daagt uit tot reflectie op je eigen rol en visie. In deze snel veranderende en sterk gepolariseerde wereld is reflectie op je eigen vakgebied een belangrijke kwaliteit. En dat is misschien wel de belangrijkste les van Sijmons.

In dit nummer van LANDSCHAP is het Antropoceen te herkennen in de artikelen over natuurlijk kapitaal, vierde generatie windmolens, regionale transitie en Nederland in 2120.

JOS DEKKER, HOOFDREDACTEUR

Voor de inhoudsopgave van dit nummer klik hier