Wetenschap en publiek debat

“Wetenschapper, meng u in het publieke debat”, kopte de Volkskrant op 2 september 2019 boven een lezing van Daan Roovers, denker des Vaderlands. Het vertrouwen in de wetenschap is in Nederland nog altijd hoog, ontleent Roovers aan een publicatie van het Rathenau-instituut. Maar met behulp van het internet en sociale media is de publieke aanval op de kennisinstituten begonnen. Publieke kennis is betwiste kennis geworden. Wetenschappers komen meer en meer te midden van het publiek te staan, in plaats van tegenover het publiek. Roovers stelt dat wetenschappers zich meer in dat publieke debat zouden moeten mengen.

Voor die deelname aan het publieke debat is dan ook veel te zeggen. Alleen al omdat wetenschappers dankzij publieke middelen beschikken over een enorm kenniskapitaal. De vraag is wel in welke rol ze zouden moeten deelnemen. Als expert die kennis inbrengt ter verhoging van de kwaliteit van het debat en de politieke besluitvorming? Als autoriteit met kennis, die weet hoe het (niet) moet? Of als gewone burger die alles mag zeggen met een beroep op zijn kennis? Een urgente vraag bij zaken waar groot belang aan gehecht wordt, waarover grote onzekerheden bestaan of waarover je heel verschillend kunt denken – en waarover al gauw scherpe publieke debatten ontstaan, waarin kennis (en nepkennis) een rol speelt. Ook in het natuur- en landschapsbeheer spelen zulke kwesties, denk aan het debat over agrarisch natuurbeheer, over de kokkel- en mosselvisserij in de Waddenzee, over het beheer van de grote grazers in de Oostvaardersplassen, het beheer van de bossen en recent over Natura 2000 (dat de economie zou verstikken). Ecologen verschillen al heel lang van mening over de rol die ze in zulke debatten zouden moeten aannemen.

Judith Floor en Kris van Koppen analyseren in dit nummer de rol van onderzoek en kennis in het conflict over de mosselvisserij in de Waddenzee. Er is in deze kwestie vaak een beroep op kennis gedaan om onzekerheden weg te nemen, zowel door de overheid als door belangenorganisaties. Onderzoek heeft zeker een rol gespeeld, maar kon uiteindelijk geen oplossing bieden. Het beleid voor de veenweidegebieden is ook zo’n kwestie. Er loopt al heel lang een debat over hoe om te gaan met landbouw en natuur, ook in LANDSCHAP is er regelmatig aandacht aan besteed. Nu zijn, in het kader van het Klimaatakkoord, de problemen van bodemdaling en broeikasgasemissies urgent. In dit nummer beschrijven Fons Smolders et al. een aantal opties: van vernatten en natte landbouw tot optoppen en meer veenmosteelt. Onderwaterdrainage wordt de afgelopen jaren gepromoot als methode om bodemdaling en broeikasgasemissies te beperken. Ab Grootjans, Ella de Hullu en Jan Sevink hebben hier echter wetenschappelijke vraagtekens bij en voeden daarmee een debat dat vooralsnog vooral onder wetenschappers gevoerd wordt, maar wel publiek mag worden.

JOS DEKKER, HOOFDREDACTEUR

Voor de inhoudsopgave klik hier