Sense of Place

Nieuwe concepten kunnen soms een nieuw venster openen op het landschap. Natuurinclusieve landbouw wil duurzame landbouw een nieuwe impuls geven. Met natuurlijke allianties willen landschapsarchitecten opnieuw aandacht vragen voor de natuurlijke kenmerken van het landschap, bijvoorbeeld bij de vormgeving van klimaatadaptatie. Niets nieuws, en toch inspireren dergelijke nieuwe concepten.

Eén zo’n concept, sense of place, hangt blijkbaar in de lucht. Tijdens het congres Het Betwiste Land noemde Matthijs Schouten het in zijn afscheidsrede van de WLO (dit nummer). Barend Hazeleger gebruikte het (de geest van de plek) als subtitel van zijn documentaire Pier+Horizon over de landschapskunst van Paul de Kort. Sense of Place is ook een project van Leeuwarden culturele hoofdstad 2018, dat zich afspeelt langs de hele Waddenkust, met land-art en landschapsmanifestaties.
Enerzijds wordt het begrip gezien als een bijzonder kenmerk van een specifieke plek. Anderzijds als een individuele of collectieve ervaring bij een bepaald landschap. De geest van de plek is een weliswaar vaag begrip, maar gebonden aan die plek en in principe herkenbaar voor wie er naar op zoek is. De ervaring van een plek is veel (inter)subjectiever.

Hoe oud dit concept is en welke plek het heeft in de literatuur van landschapsonderzoek en -ontwerp weet ik niet. Het is verwant aan andere begrippen als genius loci, ruimtelijke kwaliteit en landschapsidentiteit. De laatste twee zijn eerder in LANDSCHAP behandeld. Op het eerste gezicht heeft het een positieve betekenis. Op zoek naar de sense of place kunnen we meer betekenis ontlenen en geven aan een landschap. Het zou ontworteling kunnen voorkomen, zoals werd verondersteld in het congres Het Betwiste Land. Er zouden ook plaatsen zijn zonder sense of place, Schouten noemde het niet-plaatsen, plaatsen van onbehagen.

Sense of place kan dus ook een negatieve lading hebben. Een angstaanjagende geest, een schuldig landschap, benauwend nationalisme gekoppeld aan nationaal landschap. Het kan aanleiding zijn om weg te trekken uit een verwoest landschap, een zielloos vormgegeven landschap of een verrommeld landschap.

Wat voor de één een vruchtbaar land is, kan voor een ander ongeluk betekenen. Kunnen rotte plekken een monumentale waarde krijgen? Sense of place is een concept met een haakje, het blijft hangen. Kunnen we er wat mee in de bescherming en ontwikkeling van landschap?

JOS DEKKER, HOOFDREDACTEUR

LANDSCHAP brengt dit jaar twee themanummers uit. Het eerste (2017/2) is gewijd aan het OBN-onderzoek (ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit) naar droog zandlandschap. De eerste coproductie met OBN (over nat zandlandschap) verscheen vorig jaar (2016/2) en de laatste verschijnt in 2018 en gaat over het  laagveenlandschap. Het tweede themanummer van deze jaargang (2017/4) belicht de ruimtelijke kwaliteit in de twaalf provinciën en wordt gemaakt samen met de drie onafhankelijke adviseurs voor ruimtelijke kwaliteit van de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht.