Studiebijeenkomst over de nieuwe Omgevingswet en Omgevingsvisie

In 2021 treden de nieuwe Omgevingsweten -visie in werking. WLO en NVTL (Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur) maken zich zorgen over de geringe en weinig specifieke aandacht die landschap en erfgoed in deze nieuwe wetgeving krijgen. Aanleiding om een brief aan de Tweede Kamer te schrijven en om een studiedag te gaan organiseren.

Het kabinet maakt het omgevingsrecht (ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water) makkelijker en voegt alle regelingen samen in de Omgevingswet (zie rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet). Met deze nieuwe wet wil het kabinet (1) het beleid voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen; (2) duurzame projecten (zoals windmolenparken) stimuleren en (3) gemeenten,
provincies en waterschappen meer ruimte geven om hun omgevingsbeleid beter af te stemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen.

In plaats van meerdere bestemmingsplannen komt er straks één omgevingsplan. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor particulier
initiatief. De houding van overheden bij het beoordelen van plannen is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. De Omgevingswet verplicht het rijk, de provincies en gemeenten om een omgevingsvisie te maken, waarin zij met de verschillende belangen in een gebied rekening houden. Nu
beslissen de overheden vaak alleen over een deelproject. Om een vergunning te krijgen voor een ruimtelijk project, moeten bedrijven onderzoek doen. Door de Omgevingswet zijn deze onderzoeken straks langer geldig of soms helemaal niet meer nodig. Bedrijven hoeven dus minder onderzoek te doen dan nu gebruikelijk is.

Vanwege de grote landschappelijke transities die ons te wachten staan, vraagt bescherming van erfgoed en van landschap speciale aandacht. En die ontbreekt in de nieuwe Omgevingswet. WLO en NVTL stuurden een brief met deze strekking naar de Tweede Kamer. Bij een aantal fracties hebben we een luisterend oor gevonden voor onze zorgen.
De nieuwe Omgevingswet biedt ook kansen voor kwaliteitsverhoging van natuur en landschap (zie LANDSCHAP 2017/4 over ruimtelijke kwaliteit bij de provincies). Een van de voorwaarden daarbij is dat er een geïnteresseerd en betrokken gemeentelijk en provinciaal bestuur is, dat zich door wetenschappelijke kennis laat informeren over keuzes en consequenties. De Omgevingswet biedt dus ook kansen, en bij een
verstandige aanpak zelfs hoogwaardige werkgelegenheid. Immers veel gemeenten kunnen wel wat hulp van ecologen en landschapsarchitecten gebruiken.

We staan als WLO en NVTL voor de opgave de voor- en nadelen in beeld te brengen, en om aanpakken te ontwerpen die de nadelen zoveel mogelijk voorkomen of inperken. Het WLO-bestuur hoort graag van de leden wat ze hiervan vinden en of er al ervaringen zijn met ontwikkelingen die vooruitlopen op de nieuwe wetgeving. We zijn ook op zoek naar leden die ons actief willen helpen met het organiseren van de eerder genoemde studiebijeenkomst die voor begin 2019 staat gepland.

SANDER VAN OPSTAL, SECRETARI S WLO