Van:
De Werkgemeenschap Landschapsonderzoek WLO, en:
De Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur NVTL

Een Nationale Landschapsvisie – noodzaak en kans!

30 mei  2017

Geachte fractievoorzitter,

De Werkgemeenschap Landschapsonderzoek (WLO) en de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur (NVTL), pleiten voor het opnemen in de nieuwe Omgevingswet van een Nationale Landschapsvisie, met daarin een regierol voor de Rijksoverheid.

De WLO en NVTL geven met deze brief nadere invulling aan de Kamerbrief over de Visie Landschap, zoals de heer Staatssecretaris Van Dam op 18 oktober 2016 aan u heeft toegestuurd. In deze Kamerbrief wordt gesproken over de Visie Landschap als onderdeel van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), maar een regierol voor de overheid wordt nog niet genoemd.
Onze brief bouwt tevens verder op diverse maatschappelijke initiatieven, zoals op het Aanvalsplan Landschap van Natuurmonumenten uit 2016 en op adviezen aan de Regering van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur en van de Rijksadviseur voor het Landschap.
Het landschap leeft bij velen!
De Regeringsvorming 2017 is hét moment om deze impulsen verder te doen brengen door een betrokken en ambitieuze overheid.  De Rijksoverheid zou de ontwikkeling van een Nationale Landschapsvisie moeten doen realiseren die, vanuit gewenste maatschappelijke transities, kaders stelt aan die transities en ontwikkelingen, ter bescherming, integrale inpassing en duurzame ontwikkeling van landschappelijke waarden, biodiversiteit en erfgoed.

Al vele jaren vormen de WLO en de NVTL hét Nederlands platform van prominente en gedreven (landschaps-) ecologen en landschapsarchitecten. Onze leden zijn belangrijke inspiratoren en uitvoerders geweest van landschappelijke en maatschappelijke  innovaties als de Ecologische Hoofdstructuur, Natura 2000, Ruimte voor de Rivier, Bouwen met Natuur, Natuurvriendelijk boeren, Energielandschappen, Aanleg van klimaatbuffers, Migratie en Landschap, en vele andere vernieuwingsprocessen.

Het Nederlandse landschap – onze integrale leefomgeving die bijdraagt aan identiteit, productie en gezondheid – staat onder voortdurende en grote druk. Klimaatverandering, stadsontwikkeling, verduurzaming van de landbouw, energietransitie, realisering van het natuurbeleid en de ontwikkeling naar een circulaire economie vragen specifieke aandacht bij de planning, vormgeving en het gebruik van het landschap. Een goed vormgegeven landschap kan leiden tot breed gedragen oplossingen voor nieuwe interacties of nieuwe gebruiksvormen. Immers, een landschap zonder mensen die zich ermee verbonden voelen is geen levend landschap en kan aanleiding zijn tot gevoelens van vervreemding, ontworteling of conflict. Een duurzaam en veerkrachtig landschap vraagt om betrokkenheid op alle schaalniveaus (burger, gemeente, provincie en Rijk) en bovenal om dialoog over toekomstbeelden. Stad en land kunnen opnieuw met elkaar vervlochten worden vanuit de integrale opgaven zoals die onder de nieuwe Omgevingswet voorzien zijn. Maar zoiets kan ons inziens alleen vanuit nationale urgentie en vanuit nationale duiding en richtinggeving.

Het landschapsbeleid is meerdere jaren geleden gedecentraliseerd naar de provincies. Die verrichten belangrijke inspanningen, elk op eigen wijze. De provincies hebben besloten dat Landschap een plek krijgt in de Meerjarenagenda van het IPO en werken dit thans uit naar een concreet aanbod. Dit ondersteunen wij van harte. Echter, grote landschappelijke systemen zoals het rivierengebied, het veenweidegebied, de duinen, de waterlinies en het waddengebied zijn provinciegrens-overstijgend en vragen om nationale duiding en nationale regie. De Nationale Landschapsvisie zou in deze lacune  kunnen en moeten voorzien. Een heldere nationale aanpak en prioriteitstelling kan versnippering, verrommeling of verwaarlozing van het landschap tegengaan, en tevens de achteruitgang van biodiversiteit. Daar waar op nationale schaal aan transities gewerkt wordt, zoals bijvoorbeeld in de Energietransitie, in het Deltaprogramma en in de opvolgers van Ruimte voor de Rivier, is nationale regie nodig die geconcretiseerd wordt in nationale of regionale programma’s met investeringen in landschap en landschapskwaliteit.

Tenslotte ontbreekt het aan een goed inzicht in de stand van de kwaliteit van het landschap. De Europese Landschapsconventie en ook de nieuwe Natuurwet verplichten tot goede en regelmatige monitoring en rapportage. Enkele NGO’s zijn bezig met de voorbereidingen hiertoe, middels  een Landschapsobservatorium, maar juist de overheid zou hier regisserend en medefinancierend op in moeten zetten.

Wij zijn graag bereid onze gedachten en suggesties in een gesprek met u nader toe te lichten. Ook zijn we graag bereid om, samen met andere deskundigen en betrokkenen, een actieve inbreng bij de totstandkoming en implementatie van deze Nationale Landschapsvisie te hebben.

We horen graag van u!

Hoogachtend,

Namens de WLO:
Nel Sangers, voorzitter.

Namens de NVTL:
Ben Kuipers,  voorzitter.

Correspondentieadres:
de secretaris van de WLO,
Drs. A.J.F.M. van Opstal
Telefoonnummer: 06-54215466
Mailadres: sandervanopstal@hetnet.nl

de bestuurssecretaris van de NVTL,
Dhr. P.W.M. Wijnhof
Tel: 06-11000075
Mailadres: secretariaat@nvtl.nl